Het principe

Individuele oliebronnen hebben een eindig leven. Soms kunnen agressieve technieken gebruikt worden om dat leven te verlengen, maar het opraken is onvermijdelijk, en uiteindelijk zal elke bron op een punt komen waarop de productie scherp daalt en de kosten van die productie de waarde van de gewonnen olie gaan overtreffen. Als dat gebeurt wordt de bron afgesloten met cement en worden de machines weggehaald.
Hetzelfde principe geldt voor de grotere eenheid van een olieveld. Als een nieuw olieveld ontdekt wordt, worden er een paar proefboringen gedaan om uit te zoeken hoe groot de voorraad is en hoe de lokale geologie eruit ziet. Met deze informatie kunnen ingenieurs bepalen waar de optimale boorlocaties zijn en serieus beginnen met boren. De productie van het olieveld neemt toe naarmate er meer boorgaten gemaakt worden. Geleidelijk, als oudere boorgaten opdrogen, zal de productie weer beginnen af te nemen, maar nieuwe putten worden geslagen om deze afname te compenseren. Op een gegeven moment, als alle mogelijke boorlocaties zijn gebruikt en de productie van de meeste boorgaten begint te minderen, wordt het onmogelijk om de afname van de totale winning af te wenden.
Neem een heleboel olievelden tezamen en het principe blijft gelden. Op dit schaalniveau wordt een patroon zichtbaar: de totale olieproductie neemt de vorm van een klokdiagram aan. De top van de curve staat gelijk aan de maximale winning, ofwel de piek van de olieproductie, voor de velden in kwestie.
De meeste olieproducerende landen – waaronder Indonesië, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten – hebben hun nationale piek in ruwe olieproductie jaren of zelfs tientallen jaren geleden al voorbij zien komen. Hun afnemende productie is gecompenseerd door nieuwe ontdekkingen en toegenomen productie elders in de wereld.
Maar het aantal potentiёle olieproducerende gebieden op onze kleine planeet is maar beperkt. Daarom zal zo’n piek uiteindelijk ook voor de hele wereld gelden. De wereldwijde olieproductie zal stijgen tot een plateau of piek, en dan afnemen. Tenzij we op de een of andere manier onze afhankelijkheid van olie drastisch hebben weten te verlagen tegen de tijd dat die piek zich aandient, zal de impact ervan op de wereldeconomie ernstig tot rampzalig zijn. Daarom is het moment waarop piekolie zich aandient zo belangrijk. Dat is waar het allemaal om te doen is.

Oké, wanneer?

Olie-analisten hebben twee belangrijke manieren om de timing van de globale piek te voorspellen. Eén heeft te maken met het toepassen van een redelijk simpele formule op de vroegere en huidige productiestatistieken. De andere is een meer gedetailleerde methode waarbij waarschijnlijke opbrengsten van potentiёle nieuwe bronnen erbij opgeteld worden, en de afname in opbrengsten van bestaande bronnen (die in de duizenden lopen) ervan afgetrokken worden. Geen van beide methoden is onfeilbaar. De gegevens zijn te complex om nauwkeurig te voorspellen op welke dag of in welke maand of jaar de productiepiek gaat vallen. Maar veel analisten zijn het erover eens dat rond 2005, toen de wereldwijde ruwe olieproductie een plateau bereikte dat tot de dag van vandaag duurt, de piekperiode begon, en binnen een paar jaar zal de wereldwijde olieproductie in alle waarschijnlijkheid gaan dalen.

Factoren die de voorspelling van de piek bemoeilijken

Reserves en de totale hoeveelheid die in de grond zit. Sommige analisten uit de hoek van de olieindustrie zijn erg optimistisch over de toekomst van olie. Zij wijzen voornamelijk op de enorme reserves die overal ter wereld in de grond zitten. Als er nog zoveel olie te winnen is, vragen ze zich af, is het dan logisch om je druk te maken om een onvermijdelijke piek in die winning?
Piekers antwoorden dan dat de focus op reserves misleidend kan zijn, omdat niet alle olie hetzelfde is. Saoedi-Arabische olie, vooral ontdekt in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, kan goedkoop en snel geproduceerd worden; de oliewinning die nu ontwikkeld wordt uit teerzanden, diepzeebronnen en tight rockzal ofwel langzaam zijn, of tegen hoge investeringskosten, of beide.
Soms verwarren roekeloze olie-aanhangers reserves (gedefinieerd als het percentage van de totale hoeveelheid koolwaterstoffen waarmee we gezegend zijn dat gewonnen kan worden tegen realistische marktprijzen en met bestaande technologie) met voorraden, het totaal van wat er in de grond zit. Dit punt kan niet genoeg benadrukt worden: de piekoliediscussie gaat om hoeveel er gewonnen wordt, niet om voorraden of zelfs maar reserves.
Nieuwe ontdekkingen
. De olie-industrie bazuint maar al te graag de ontdekking van nieuwe olie rond, zoals ultradiepe velden voor de kust van Brazilië, om het idee van een naderende wereldwijde productiepiek te ondermijnen. Dit zou juist zijn als de snelheid van nieuwe ontdekkingen zou toenemen (maar dat doet hij niet) en als de hoeveelheid nieuwe olie die jaarlijks ontdekt wordt groter zou zijn dan de hoeveelheid die jaarlijks gewonnen wordt uit bestaande velden (en dat doet hij niet, bij lange na niet). De piek van nieuwe ontdekkingen, toen elk jaar vele grote velden werden gevonden, ligt in de eerste helft van de jaren zestig van de vorige eeuw. In recente jaren ontdekt de industrie (gemiddeld) één vat olie per vier of vijf vaten die gebruikt worden.
Wanneer een nieuwe bron in gebruik genomen wordt, moet deze eerst de afname van bestaande velden compenseren voordat het de totale productie naar een hoger niveau kan tillen. Voor de wereld als geheel is de afname in productie van bestaande velden tussen de 4% en 5% per jaar. Met andere woorden, elke drie jaar moet er ergens in de wereld een gloednieuwe voorraad olie ontdekt worden die alles bij elkaar net zo productief moet zijn als Saoedi-Arabië, alleen maar om de productie op een constant niveau te houden. De afgelopen zeven jaar is het de wereldwijde olie-industrie gelukt om grofweg een evenwicht te behouden tussen afnames en toenames, maar dit vereiste wel een substantiële toename van boorwerkzaamheden en veel inzet van kapitaal.
Wild cards. Het moment waarop de onafwendbare afname in wereldwijde olieproductie zal beginnen wordt niet alleen bepaald door de geologie, maar ook door wild cards als technologie, politiek en economie. Technologie kan olie beschikbaar maken die dat eerst nog niet was (zoals dat bij tight oil het geval is). Aan de andere kant kunnen politieke acties een bepaalde olieproductie snel uitschakelen, zoals het geval was in de jaren zeventig met het Arabische olie-embargo, en zoals vandaag de dag gebeurt met de Amerikaanse sancties tegen de Iranese olie-export. Tegelijkertijd beïnvloedt de gezondheid van de economie de vraag naar olie: als de economie bloeit gaat de vraag omhoog, en dat leidt tot hogere olieprijzen. Een hogere prijs stimuleert de winning van olie die eerder nog niet rendabel was. Als de economie wegzakt, dan daalt de prijs van olie, en daarmee de winning van marginale bronnen.
Het definiëren van ‘olie’. Een andere complicatie volgt uit de definitie van het woord olie. Refereert het alleen naar conventionele ruwe olie? Als de Energy Information Administration (EIA) van de VS nieuwe statistieken vrijgeeft, gaat het altijd ook om raffinage proceswinst (refinery gains). Als olie geraffineerd wordt, neemt het totale volume van de producten die eruit gewonnen worden (gemeten in vaten of kubieke meters) toe ten opzichte van het volume van de ruwe olie die de raffinaderij in ging. Dat komt omdat de geraffineerde producten lichter zijn en een lagere dichtheid hebben dan ruwe olie. Toch kost het raffineren van olie tot benzine, diesel en kerosine energie – en dus is er in het proces energie verloren gegaan, ook al is het productvolume toegenomen.
Daarnaast houdt de definitie van de EIA voor ‘olie’ ook natural gas liquids (NGL’s) in. Aardgas is voornamelijk methaan, maar als het uit de grond komt kan het ook koolwaterstoffen met langere moleculaire ketens bevatten, zoals propaan en butaan. Deze worden er meestal uit gevangen tijdens het verwerkingsproces en gebruikt voor verwarming en industriële toepassingen, bijvoorbeeld het maken van plastics. Ze worden niet NGL’s genoemd omdat ze vloeibaar zijn bij kamertemperatuur en normale atmosferische druk (dat zijn ze niet), maar omdat ze vloeibaar gemaakt kunnen worden bij lagere druk en hogere temperatuur dan methaan. Ze worden dan ook vaak onder druk gebotteld en in vloeibare vorm verkocht. (NGL’s zijn niet hetzelfde als liquefied natural gas – of LNG – wat methaan is dat supergekoeld is en onder hoge druk staat, normaal gesproken om het eenvoudig per tanker te vervoeren.) NGL’s hebben maar 60% van de energie per volume-eenheid van ruwe olie en worden, voor het grootste deel, voor andere dingen gebruikt. Dus waarom zouden NGL’s ‘olie’ genoemd worden?
Dan zijn er nog biobrandstoffen. Deze worden wel voor vergelijkbare doeleinden als ruwe olie gebruikt – namelijk als transportbrandstof. Maar ethanol en biodiesel worden niet uit de grond gehaald; ze worden gemaakt uit landbouwproducten in een proces dat veel olie en aardgas kost. Hun productie kost zelfs zóveel energie dat het de vraag is of ze een netto energieopbrengst hebben. En hoe dan ook is het een ongerechtvaardigde dubbeltelling om zowel de biobrandstoffen te tellen als de brandstoffen die het kost om ze te maken.
Wanneer officiële instanties NGL’s en biobrandstoffen ‘olie’ noemen, laten de statistieken zien dat de wereldwijde ‘olie’-productie de laatste jaren is toegenomen; wanneer deze substanties van de rekensom worden afgetrokken, is vrijwel al die groei verdwenen. Er zit dus een belangrijk economisch signaal verscholen onder deze statistische ruis.

Al deze punten maken het moeilijk om de vraag te beantwoorden ‘wanneer de wereldwijde olieproductie begint af te nemen’. Desondanks verliest deze vraag niets van zijn actualiteit. Ook al is het een dom plan om de exacte datum van de piek te willen berekenen,eemn verstandig mens mist de signalen niet dat de wereldwijde olie-industrie een nieuw, wanhopig tijdperk is ingegaan. Ontdekkingen nemen af, kosten nemen toe, de productie stagneert en de ecologische impact van de winning en het gebruik van olie wordt snel erger. Is dit hoe piekolie eruit ziet?


Open brief aan de minister
Een rekening van 42 miljard euro
Aardgas onder de Noordzee, maar hoeveel?
Energie akkoord is de olie vergeten
Kan de biobased economie een oliecrisis voorkomen?
Het principe

About

View all posts by